maandag 23 juni 2008

Kenniseconomie zonder kennis

Het gaat niet goed met het Nederlandse onderwijs. In september (2007 KJ) presenteerde een adviescommissie, onder leiding van SER voorzitter Alexander Rinnooy Kan, aan minister Plasterk(OC&W) een adviesrapport over het (dreigende) lerarentekort. Uit dit rapport blijkt dat Nederland aan de vooravond staat van ‘een dramatisch kwantitatief tekort aan kwalitatief goede leraren’.

Het rapport (getiteld: ‘LeerKracht’) is degelijk en indrukwekkend. Met het oog op de bedreiging van Nederland als kenniseconomie is deze commissie in het leven geroepen en gevraagd advies uit te brengen. De commissie laat de alarmbel hard rinkelen. Het probleem van de fundamentele bedreiging van onze kenniseconomie is, zo zegt het rapport, al meer dan vijftien jaar bekend, maar een lange lijst van eerdere beleidsmaatregelen leverde tot nu toe teleurstellend weinig effect op.
Anno 2007 krijgt de gemiddelde docent nog steeds minder betaald in vergelijking met andere hoogopgeleide werknemers in de marktsector. Bovendien is er aanhoudende zorg over de kwaliteit van de lerarenopleidingen.
De cijfers die het rapport publiceert over de tekorten doen de haren van menigeen te berge rijzen. Het primair onderwijs kampt in 2011 met een tekort ongeveer drie procent. Dat zijn ongeveer 2.400 juffen en meesters. In het voorgezet onderwijs is het nog erger. Binnen vijf jaar zal het tekort oplopen tot zo’n zes procent, wat ongeveer neerkomt op 5.000 voltijdbanen. Tot 2015 moet voor maar liefst driekwart van de zittende docenten een opvolger worden gezocht. Saldo: 47.000 voltijdbanen.
Het probleem is niet alleen kwantitatief. De nieuwe instroom van docenten op de onderwijsmarkt kan de stijgende vraag naar nieuwe leraren niet opvangen. Het gevolg is dat scholen openstaande vacatures vaak oplossen door on- of onderbevoegde leraren voor de klas te zetten of te bezuinigen op lesuren per vak. Meer dan driekwart van de scholen werkt momenteel met dergelijke oplossingen op lesuitval te beperken. Veel lessen vervallen.
De commissie, zo vermeld het rapport, heeft gekozen voor een aanpak die gebaseerd is op de samenhang tussen de beloning van de leraar, de kwaliteit van de leraar als lid van zijn beroepsgroep en de positie van de leraar binnen zijn school, zoals ook geformuleerd in de vraagstelling van het ministerie van OC&W. Samen zijn deze elementen van doorslaggevende invloed op de aantrekkelijkheid van het leraarschap. De kern van het advies wordt gevormd door deze drie samenhangende categorieën aanbevelingen:
Een betere beloning. De beloningsverschillen van leraren ten opzichte van hoogopgeleide werknemers in andere sectoren moeten worden ingelopen. Inkorting en verhoging van de salarisschalen is een van die maatregelen. Beloning naar niveau.
Een sterker beroep. De Stichting Beroepskwaliteit Leraren (SBL) wordt omgevormd tot de Beroepsgroep Leraren. De Beroepsgroep leraren houdt een publiekrechtelijk basisregister bij van zijn leden, waarin hun werkervaring en scholing wordt geregistreerd. Houdt een docent zijn deskundigheid onvoldoende bij, dan vervalt de registratie.
Een professionelere school. Het rapport vervolgd met kracht de ontwikkeling naar een professionelere school. In een Convenant met de overheid wordt getracht de betrokkenheid van docenten te vergroten en de organisatorische voorwaarden daarvoor te creëren. Kortom: de docent komt meer centraal en ontvangt meer zeggenschap over zijn of haar lessen en de inhoud daarvan.
Zoals gezegd: Het rapport Rinnooy Kan is degelijk en indrukwekkend en bespreekt vele aspecten van het probleem. Toch blijft er, volgens de SGP-jongeren een belangrijke vraag liggen.
In de paragraaf over onderwijsvernieuwingen spreekt de commissie geen oordeel uit over de wijsheid van alle onderwijsvernieuwingen; dat behoorde niet tot haar mandaat. Het is opvallend: de vernieuwingen kwamen allemaal van bovenaf maar - dat is het meest opmerkelijke - ze werden in de meeste gevallen ook bepaald door de politieke waan van de dag. Zo zijn de Partij van de Arbeid en het Nederlandse onderwijs nauw met elkaar verbonden. Jarenlang dicteerde de PvdA – onder leiding van bewindslieden als Jos van Kemenade, Jacques Wallage, Karin Adelmund en Jo Ritzen - het onderwijsdebat met een grote stroom aan onderwijsvernieuwingen zoals de middenschool, de Basisvorming, het VMBO, het Studiehuis en de Tweede Fase.
Door de vele vernieuwingen kwam vakinhoud op een ondergeschikte plaats.(VMBO, basisvorming, Tweede Fase) Vaardigheden gingen domineren en de kenniscomponent binnen het curriculum werd aanzienlijk afgezwakt. Veel vakdocenten haakten gedesillusioneerd af en pasten hun kennis en kunde toe in het bedrijfsleven. Afgezien van het belang van de persoonlijke ontwikkeling van een leerling; Wat is een kenniseconomie in een land waar het onderwijs weinig aandacht heeft voor die kennis en waar op lerarenopleidingen het vooral over onderwijskunde en competenties gaat en er nauwelijks is van degelijke vakínhoud?
De korte termijn crisismaatregelen uit het rapport liegen er niet om. Om binnen afzienbare tijd meer hoogopgeleiden voor de klas te krijgen stelt de Commissie een aantal instrumenten voor. Zo wordt de inzet van promovendi gestimuleerd, moet de zij-instroom uit het bedrijfsleven verhoogd worden en wil men de ‘stille reserve’ (meer dan 100.000 mensen buiten het onderwijs met relevante bevoegdheid) oproepen terug te keren.
Wil men weer meer goede docenten terug in de klas, dan is volgens de SGP-jongeren de financiële injectie een goed en sterk medicijn. Het is een passende beloning voor hoogopgeleiden en stimuleert zij-instromers, promovendi en de ‘stille reserve’ terug te keren naar of te beginnen in het onderwijs. Het is echter niet afdoende. Wil men het onderwijs inhoudelijk weer aantrekkelijk maken dan zullen niet alleen veel vernieuwingen teruggedraaid of aangepast moeten worden maar moet vakinhoud en kennis in het curriculum weer een dominante rol gaan spelen. Want, wat moeten hoogopgeleiden, goede alfa’s en bèta’s en promovendi in een onderwijs waar ze hun spreekwoordelijke ei niet kwijt kunnen?


Onderstaand artikel is eerder verschenen in 'De Banier', het partijblad van de SGP.

1 reacties:

Maressa zei

Helemaal mee eens. Zeker op de lagere school moet er veel meer aandacht gegeven worden aan Kennis. De klassieke school heeft de Grammatica, Logica en Rethorica drieslag, de Christelijke school de Kennis, Vestand, Wijsheid. Zonder kennis kun je geen begrip of verstand kweken, en wijsheid is dan ook ver te zoeken... De gevolgen kun je overal zien, zelfs zonder goedbestudeerd onderzoek... Thanks, Kees!

(Meer informatie over mij, deze blog, links en leeslijst: onderaan pagina)