maandag 23 juni 2008

Melancholie in het Avondland

Recensie van ‘De toekomst van de Stad’, Bart Jan Spruyt

Toegegeven: Helemaal up to date is een recensie over een in 2005 verschenen boekje niet meer. Des te actueler, echter, is de inhoud van het boekje. De conservatieve denker dr. Bart Jan Spruyt schreef een Boekenweekessay ter gelegenheid van de Boekenweek 2005 getiteld ‘De toekomst van de stad’. Een essay over weemoed en deugden, de strijd tussen Mekka en Jeruzalem en het gevecht tegen de barbarij.

Spruyt heeft na de uitnodiging een Boekenweekessay te schrijven de geboden gelegenheid aangegrepen zichzelf rekenschap te geven van het historische kader van waaruit hij tegen de dingen aankijkt. Het essay gaat over geschiedenis en politiek en Spruyt stelt de vraag die ons tegenwoordig vooral bezighoudt: wat is de toekomst van onze stad?
De troubadour van het conservatisme in onze lage landen bereid ons in zijn voorwoord voor op een zekere weemoed in zijn essay om een verloren gegane wereld: die van de joods-christelijke, die in een voortdurende en spanningsvolle wisselwerking met de klassiek-humanistische traditie de grondslagen van de cultuur van het Avondland heeft gelegd, en die in een zich gestaag doorzettend proces langzaam maar zeker lijkt te verdwijnen.
Bij het door lezen van de drie hoofdstukken die het essay rijk is klinkt deze weemoed dan ook als een gestage cadens, echter, zonder over te gaan in een pessimistische toon. Vanuit de historie en de traditie neemt Spruyt het op tegen het cultuurverval die zich in deze tijd lijkt te manifesteren. Gesteund door conservatieve denkers als de Toqueville, Burke, Strauss en Lewis stelt Bart Jan Spruyt de klassieke cultuur als wapen tegen de barbarij, de chaos van subjectivisme en relativisme.
Ook gaat de voormalige directeur van de Burkestichting in op een gevaar dat van buitenaf onze stad bedreigt: de islam. Spruyt stelt dat de Islam als civiele religie binnen onze samenleving per definitie ongeschikt is tenzij deze religie een deel van zijn identiteit opgeeft. ‘De bestudering van oude discussies tussen joden, moslims en christenen, zo zegt hij, brengt ons belangrijke kennis bij over de geschiedenis en het karakter van de Islam. We kunnen eruit leren dat de islam zich niet zonder slag of stoot binnen de grenzen van onze westerse, rechtsstatelijke waarden en normen zal voegen. En gedachten als de onmogelijkheid van de scheiding tussen religieus recht en recht dat door mensen is vastgesteld(iets dat christenen wel scheiden), behoren eveneens te zeer tot het wezen van het islamitisch geloof om bij voorbaat optimistisch te zijn over de kans dat dit geloof zich gemakkelijk zal laten inpassen in een moderne, democratische samenleving.’
Spruyt gaat in zijn boekje in op de institutionele scheiding tussen Jodendom en christendom, zo ongeveer 70-135 na Chr. De Joden stelden zich de Messias in deze periode voor als de Zoon des Mensen die een politieke en sociale strijd zou voeren. Paulus daarentegen, en zijn joodse tijdgenoten die wel tot het christendom overgingen, duidden het werk van de Messias volstrekt apolitiek. Zijn koninkrijk was principieel niet politiek van aard. Zoals Christus volgens de evangeliën zelf al had gezegd dat zijn Koninkrijk ‘niet van deze wereld’ was en dat zijn discipelen aan de keizer moesten geven wat van de keizer en aan God wat van God is, zo interpreteert Paulus ‘de machten van deze wereld’ – waarvan in het Nieuwe Testament herhaaldelijk sprake is – niet politiek, maar als kosmische elementen. Christus heeft deze wereld overwonnen en alle machten en overheden aan Zichzelf onderworpen en zal bij het einde der tijden een eind maken aan de verwarring en strijd die zich nu tussen de twee rijken manifesteert. Deze vroegchristelijke visie op de overheid, betoogt de Goudse conservatief, is met Augustinus uitgekristalliseerd tot de klassiek christelijke geschied- en politiekbeschouwing aldus resulterend in het beeld van een ongemakkelijke relatie, een strijd tussen twee rijken: de stad van God(civitas Dei) en de van God afgevallen stad van de wereld(civitas terrena). Deze Augustiniaanse visie heeft op de Europese geschiedenis en politiek een immense invloed gehad, iets wat in de huidige discussie over deze disciplines maar weinig gemerkt wordt.

Het essay is boeiend en vlot geschreven in een karakteristieke stijl. Het lezen van een dergelijk historisch geënte visie doet weldadig aan maar vervult ook met eenzelfde melancholie. Het biedt bovendien een goede introductie op het conservatisme met de daartoe behorende denkkaders.

Kees Jansen
De toekomst van de stad. Dr. BJ Spruyt. Boekencentrum. €7,50

Deze recensie verscheen eerder in ‘Raakvlak’, het opinie- en verenigingsblad van de SGP-jongerenvereniging ‘Da Costa’ te Rijssen.

0 reacties:

(Meer informatie over mij, deze blog, links en leeslijst: onderaan pagina)