zaterdag 17 april 2010

Grondrechten gediscrimineerd en vrijheden ontmanteld

Het hoge woord is eruit. De Hoge Raad, het hoogste gerechtshof in Nederland, oordeelde twee weken geleden dat de Staat maatregelen moet nemen om de Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP) ertoe te bewegen vrouwen op hun kieslijsten te zetten. Een spijkerhard oordeel. De Raad bepaalde dat het ontbreken van vrouwen op de SGP-lijst onaanvaardbaar is ‘ook al berust dit handelen op een voor die groepering in haar godsdienstige of levensbeschouwelijke overtuiging wortelend beginsel.’ De feministische bevrijders van de SGP-vrouwen juichten. Aan de andere zijde heerste verbijstering. Daar leefde het besef dat het SGP-arrest de betekenis van de grondrechten radicaal omkeert en dat een minderheidsstandpunt als deze niet langer grondwettelijk beschermd is.

Al sinds het ontstaan van de SGP is er geen vrouw op haar kieslijst verschenen. Hoewel de SGP een zeer vrouwminnende partij is, acht zij het politieke regeerambt bestemd voor de man. De basis voor dat uitgangspunt is volgens de partij Gods Woord, dat de norm is voor het politiek handelen. Als SGP-jongere hoef ik het vrouwenstandpunt niet te verdedigen; Daarom heb ik dit artikel ook niet geschreven. Al langere tijd hebben de landelijke SGP-jongeren vrouwen in het bestuur en ook in mijn bestuur in Rijssen hebben we getalenteerde dames. In de seculiere media was er forse kritiek op het vonnis. Je hoeft dus ook geen sympathisant van het vrouwenstandpunt te zijn om toch enige kanttekeningen bij dit arrest te plaatsen.

In de eerste plaats beroept de Hoge Raad zich op het VN-vrouwenverdrag. Dat lijkt me een beetje flauw. Dat verdrag is niet opgesteld voor deze kwesties, maar voor het tegengaan van vrouwenhandel, mishandeling en dergelijke vormen van discriminatie. Bovendien is de gedupeerde partij in deze rechtsgang afwezig. SGP-vrouwen voelen zich niet gediscrimineerd omdat ze doorgaans dezelfde opvattingen als de partij koesteren of geen behoefte voelen zich er tegen te verzetten. Zij worden nu verplicht zich gediscrimineerd te voelen, hoewel er, zoals twee jonge SGP-dames het onlangs in dagblad Trouw formuleerden, ‘volstrekt geen behoefte bestaat aan deze seculiere schijnbarmhartigheid.’

Daarnaast, zo werd betoogd door Elseviercolumnist dr. Bart-Jan Spruyt, is met deze uitspraak van de Hoge Raad de eenheid van de rechtsstaat verbroken. De SGP stond eerder voor de rechtbank, aangeklaagd door dezelfde gelijkheidsstrijders van het Proefprocessenfond Clara Wichmann. In 2006 verloor de SGP na een vonnis van de Haagse Rechtbank haar subsidie. In 2007 vernietigde de Raad van State dit vonnis. De Raad van State oordeelde: ‘Ook een partij wier gedachtegoed wat betreft de gelijkheid en gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen afwijkt van heersende opvattingen en actuele rechtsontwikkelingen, dient, behoudens ieders verantwoordelijkheid ingevolge het strafrecht, onbelemmerd te kunnen deelnemen aan het publieke debat.’ De Raad nam terughoudendheid in acht bij het beperken van politieke partijen in hun fundamentele rechten. De SGP, zo stelde de Raad van State in haar uitspraak, vormt bovendien geen gevaar voor de rechtsorde.
De uitspraak die er echter nu ligt is een geheel andere. ‘De Hoge Raad heeft nu een tegengesteld oordeel uitgesproken en geoordeeld dat het principe van de gelijkheid zoals vastgelegd in artikel 1 van de Grondwet prevaleert boven de klassieke grondrechten. Bevrijding is belangrijker dan vrijheid, emancipatie kan en moet door de staat worden afgedwongen’, aldus Spruyt in een column in Binnenlands Bestuur.

Door het verheffen van het non-discriminatiebeginsel tot absolute norm wordt de elementaire vrijheid van minderheden beknot. Deze vorm van discriminatie tussen grondrechten heeft verstrekkende gevolgen. Het belangrijkste en meest ingrijpende gevolg, dunkt mij, is dat een seculiere meerderheid een (religieuze)minderheid haar standpunt op kan leggen terwijl juist het essentiƫle doel van grondrechten is het beschermen van minderheden en hun vrijheden. De vrijheid voor de SGP dus om haar vrouwenstandpunt te hebben.

Dat een partij als de SGP, nota bene de oudste partij van Nederland, met een ontzagwekkende staat van dienst en een constructieve bijdrage aan het politieke en parlementaire debat ten prooi moet vallen aan de grillen van de seculiere ontferming is buitengewoon wrang. In het NRC-Handelsblad van afgelopen zaterdag stelde hoogleraar filosofie Ger Groot het zeer treffend: ‘De uitspraak van de Hoge Raad bevestigt, onder het mom van democratische vrijheid, een afkalvende tolerantie jegens alles wat in Nederland niet tot de politieke mainstream behoort. De trieste uitkomst van deze rechtspraak is dat de discriminatie van grondrechten heeft geleid tot de ontmanteling van essentiĆ«le grondwettelijke vrijheden.

De auteur is docent Engels en voorzitter van de SGP-jongeren te Rijssen. Hij schrijft dit artikel, dat vrijdag aanstaande zal verschijnen in Twents opinieweekblad 'De Roskam, op persoonlijke titel.

0 reacties:

(Meer informatie over mij, deze blog, links en leeslijst: onderaan pagina)