‘Onze aardbol is rond, en alom heerst op aard’ het woeden der geschiedenis. Eén gemeente echter ken ik, nog even onberoerd als op de dag der schepping: Rijssen.’ Aldus Belcampo aan het begin van de langverwachte film
Rijssens Stille Oorlog. Ondanks de woorden van Schönfeld Wichers woedt er in Rijssen toch ‘een stille oorlog.’ Dat stelt althans Fatma Öztürk, een van de hoofdpersonen in de film, en met haar de filmmaker, Emile van Rouveroy van Nieuwaal, die de film regisseerde en bovendien deze titel gaf. De film gaat over de spanningen tussen orthodoxe christenen en gematigde islamieten. De suggestie wordt gewekt dat Rijssen een gespleten gemeenschap is waar de integratie, dankzij de refo’s, anders verloopt dan in de rest van Nederland. Van Rouveroy wil prikkelen, zo stelde hij herhaaldelijk in interviews voorafgaand aan de vertoning. Wie echter zijn eindproduct bekijkt moet concluderen dat de film eenzijdig is en niet prikkelt, maar veeleer verwart.
Een van de personen die centraal staan in de film is Fatma Öztürk, een Nederlands-Turkse moslima. Zij verhaalt van haar negatieve ervaringen en de spanningen die ze merkt als moslim en als inwoner van Rijssen. Ze lijkt te suggereren dat de spanningen voor een groot gedeelte veroorzaakt worden door orthodoxe refo’s. Bewijslast ontbreekt echter. Dat haar ervaringen erg vervelend zijn, daar behoeft niemand aan te twijfelen. Maar, zo kun je je als kijker afvragen, zijn haar ervaringen normatief in deze discussie en is daarmee het door haar genoemde begrip ‘stille oorlog’ gerechtvaardigd? Zo niet, waarom is Rijssen dan gekozen als decor? Bovendien roept de rest van de film, zeker na de nuchtere bijdrage van de Turkse automonteur Bilal Kaya, de vraag op of Öztürk daadwerkelijk de spreekbuis is voor de hele islamitische gemeenschap.
Deze laatste vraag kan ook gesteld worden bij de bijdrage van de andere, en enige(!) Rijssenaar met een hoofdrol in de film, de reformatorische boekhandelaar Wieger Smijers. Zijn uitspraken kunnen op de kijker wat knoestig en ongenuanceerd overkomen, maar ook hier geldt de vraag of hij de spreekpersoon voor alle orthodoxe protestanten is. Bovendien wordt niet geheel duidelijk hoe hij de aanwezigheid van de islam en de islamieten ervaart. Het blijft bij wat algemene uitspraken. Hierbij komt Smijers tot de conclusie dat de god van de Islam niet de ware god is en daarom de islamieten in de grond een dwaalleer aanhangen. Zo wordt gesuggereerd dat de orthodoxe protestanten de islamieten hun overtuiging misgunnen en is weer aangetoond hoe bekrompen en onverdraagzaam refo’s eigenlijk zijn. Of de werkelijkheid in Rijssen ook zo beleefd wordt, wordt nergens duidelijk.
Dat brengt meteen bij een belangrijk verwarrend element: De verschillende perspectieven van de hoofdpersonen. De filmmaker wil prikkelen tot debat. Maar welk debat? Fatma Öztürk heeft het over spanningen die veroorzaakt worden door refo’s, maar stelt meteen dat het niet alleen in Rijssen speelt, maar dat het ook een ‘probleem is van Nederland, Europa en eigenlijk het Westen’. Dat suggereert dat het integratievraagstuk op tafel ligt. Daarnaast kan de kijker zich ook afvragen of er wel een dialoog gevoerd wordt tussen beide religies, gezien de bijdragen van Smijers en Öztürk. De een spreekt over integratie en vervelende ervaringen, de ander over de meer inhoudelijke kant van religie. Uiteindelijk is er maar een perspectief dat echt goed uit de verf komt: dat van de filmmaker.
Gaandeweg de analyse vraagt men zich af welke journalistieke bedoelingen er achter de film zitten. De filmmaker moet, naar eigen zeggen, gezocht worden in neo-marxistische hoek. Zeer links dus. Zouden zijn eigen opvattingen over religie er de oorzaak van kunnen zijn dat de film zo eenzijdig is? In een interview met dagblad Trouw stelde van Rouveroy dat hij ‘religieuze terreur’ aan de kaak wil stellen. Hij doelt dan op orthodoxe bevindelijk gereformeerden. Dat hij de extremen opzoekt geeft van Rouveroy ruiterlijk toe. ‘Die zijn voor mij het interessantst. Ik wil in de film laten zien dat religie de vertegenwoordiger is van de macht.’ Dat van Rouveroy zijn eigen vooronderstellingen heeft is best, maar dat leidt dan wel tot een subjectieve en zelfs feitelijk onjuiste weergave van de werkelijkheid. Hij mag dan zijn artistieke vrijheid als filmmaker gebruiken, maar dan is het op z’n minst opmerkelijk dat hij zich als wetenschapper afficheert. En van wetenschappers mag men toch enige objectiviteit en distantie verwachten. Zo is Rijssen overgeleverd aan de linkse vooroordelen van een emeritus hoogleraar rechtsantropologie en is een eenzijdige film hiervan het verwarrende resultaat.
Drs. Ewart Bosma is docent geschiedenis en werkt momenteel aan een proefschrift over bevindelijk-gereformeerden. Hij is tevens raadslid voor de SGP te Rijssen
Kees Jansen is student/docent Engels. Hij is voorzitter van de SGP-jongeren te Rijssen. Zij schrijven dit stuk, voor Twents opinieweekblad 'De Roskam', op persoonlijke titel.